| |
| |
|
TESTBESCHRIJVING JEUGDOLYMPIADE VOETBAL |
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| Materiaal |
: |
Bal |
|
| |
|
|
|
Uitvoering |
: |
De speler houdt de bal in de lucht met de lichaamsdelen die in het voetbal toegelaten zijn. De poging eindigt als de bal de grondt raakt. Elke speler krijgt 2 pogingen.
De speler mag bij het begin de bal in zijn handen nemen. Hij/Zij mag eveneens met de bal vanop de grond starten, in dat geval telt het eerste contact mee |
|
| |
|
|
|
| Score |
: |
Het aantal opeenvolgende balcontacten wordt opgeteld. Het eindtotaal bedraagt de som van de 2 pogingen.
Wanneer de speler de bal meer dan 100 keer geraakt heeft, stopt hij zijn poging. De speler kan dus maximaal 200 punten scoren. |
|
| |
|
|
|
| Tijdsduur |
: |
Maximum 3' per speler |
|
| |
|
|
|
| Filmpje van de proef |
: |
Filmpje test 1 : jongleren |
|
| |
|
 |
|
| Materiaal |
: |
1 bal, 9 slalompoortjes, (of hoedjes indien mogelijk)
1 lintmeter en 1 chronometer |
|
| |
|
|
|
| Uitvoering |
: |
De speler dient zo snel mogelijk met de bal aan de voet tussen 9 paaltjes heen-en terug te slalommen.
De afstand tussen de paaltjes bedraagt 2 meter.
De speler start naast de 1ste slalompaal.
De speler krijgt 2 pogingen.
Hij/Zij krijgt tussen de 2 pogingen minimum 2' rust. |
|
| |
|
|
|
| Score |
: |
De testleider start de chronometer op het ogenblik van het door hem/haar gegeven startsignaal.
Hij/Zij stopt de tijd als de speler de sartpaal passeert.
Indien de speler een poortje overslaat of omverloopt, worden er 2 strafseconden bijgeteld.
Alleen de beste tijd wordt weerhouden (in aantal seconden tot op 1/10 nauwkeurig) |
|
| |
|
|
|
| Tijdsduur |
: |
3' per speler (inclusief rustpauze van 2' tussen beide pogingen) |
|
| |
|
|
|
| Filmpje van de proef |
: |
Filmpje test 2 : slalomdribbel |
|
| |
|
 |
|
Materiaal |
: |
1 bal (liefst 5 ballen), 1 lintmeter, een 30-tal hoedjes voor het weergeven van de cirkels en 1 kegel (20 cm markering) |
|
|
|
|
|
Uitvoering |
: |
De middencirkel wordt ingedeeld in 3 sectoren waarbij de straal van de cirkels respectievelijk 3m, 6m, en 9,15m bedragen. Indien er geen middencirkel bes chikbaar is, dient ook de cirkel gemaakt te worden. Het afmeten van de cirkels kan eenvoudig aan de hand van een touwtje. De spelerbstaat op 20m afstand van de middenstip opgesteld en hij probeert de bal over een afstand van 20 meter in de lucht te trappen waarbij de bal zo dicht mogelijk bij de middenstip valt. De plaats waar de bal het eerst de grond raakt bepaalt de score. De speler krijgt 5 pogingen met elke voet (=totaal 10 pogingen) |
|
|
|
|
|
Score |
: |
Afhankelijk van de plaats waar de bal voor het eerst de grond raakt, krijgt de speler 3(binnenste cirkel= 3m),2 (middelste cirkel = 6m),of 1 (buitenste cirkel = 9,15m)punt(en).
De maximale score die de speler kan behalen is 30 (3x5x2)punten.
De som van de 10 pogingen (5 rechtervoet, 5 linkervoet) bepaalt de totale score. |
|
|
|
|
|
Tijdsduur |
: |
Maximum 3'30" per speler (indien 10 ballen beschikbaar maximum 2'). |
|
| |
|
|
|
| Filmpje van de proef |
: |
Filmpje test 3 : Halfhoge pas |
|
| |
|
 |
|
| Materiaal |
: |
Minstens 1 bal (liefst 5 ballen), 6 paaltjes (of hoedjes), 1 lintmeter en 1 kegel |
|
| |
|
|
|
| Uitvoering |
: |
De speler moet de bal vanop 20 meter afstand tussen 2 hoedjes trappen. De afstand tussen deze hoedjes bedraagt 2 meter. Naast dit poortje staan er langs beide kanten telkens 2 poortjes met een respectievelijke breedte van 3 en 4 meter. De speler krijgt 5 pogingen met elke voet (=totaal 10 pogingen) |
|
| |
|
|
|
| Score |
: |
Afhankelijk van het poortje waar de bal doorgaat, krijgt de speler 3 (middelstepoortje van 2 meter breed) of 1 ( buitenste poortje van 4 meter breed) punt(en). De maximale score die de speler kan behalen is 30 (3x5x2) punten. De bal dient eveneens de (denkbeeldige) lijn tussen de hoedjes te overschrijden, anders worden er geen punten toegekend. De som van de 10 pogingen (5 rechtervoet, 5 linkervoet) bepaalt de totale score. |
|
| |
|
|
|
| Tijdsduur |
: |
Maximum 3'30" per speler (indien 10 ballen beschikbaar maximum 2'). |
|
| |
|
|
|
| Filmpje van de proef |
|
Filmpje test 4 : gericht trappen |
|
| |
|
 |
|
| Materiaal |
: |
3 ballen, minstens 2 kegels(liefst 4, om de eindlijn te maken), 1 lintmeter, 3 hoepels en 1 chronometer |
|
| |
|
|
|
| Uitvoering |
: |
De speler neemt plaats achter de (denkbeeldige) startlijn met een lengte van 2m n startklare houding(met de voorste voet achter de startlijn)
De 3 ballen liggen op de startlijn naast elkaar.
Na het startsignaal leidt de speler de eerste bal met de voet zo snel mogelijk naar de (denkbeeldige) eindlijn, op 10m afstand van de startlijn, en legt de bal stil in één van de 3 hoepels die achter deze lijn ligt. De hoepel grenst dus aan deze eindlijn. De speler loopt zonder de bal terug naar de sartlijn en herhaalt deze procedure met de 2de en de 3de bal die in de 2de en 3de hoepel gelegd worden. De test wordt tweemaal uitgevoerd. |
|
| |
|
|
|
| Score |
: |
De testleider start de chronometer op het ogenblik van het door hem/haar gegeven startsignaal. Hij/Zij stopt de tijd as de 3de bal in de 3de hoepel ligt. Alleen de beste tijd wordt weerhouden (in aantal seconden tot op 1/10 nauwkeurig). |
|
| |
|
|
|
| Filmpje van de proef |
: |
Filmpje test 5 : Leiden |
|
 |
|
|
|
|